pap
Ik besef weer wat een hopeloze romanticus ik ben. De voorstelling die ik mij al jaren van het doodgaan heb gemaakt, had niet verder naast de werkelijkheid kunnen zijn. Ik heb mij een familie voorgesteld die staand rond het bed van de pater familias de laatste uren van zijn leven meemaakt. De vrouwen met een zakdoekje in de hand, dat ze af en toe in hun ooghoeken drukken. De mannen met hun hoofd enigszins naar voren geneigd. Als het moment van verscheiden dan daadwerkelijk zou aanbreken, zou pap nog een laatste keer spreken. Een afscheid, een bekentenis (heb ik dan toch die halfbroer) waarna zijn hoofd naar opzij zou vallen en ik zijn ogen met mijn volle hand zou sluiten. Maar mijn vader is Bonanza niet…
We zijn nog niet echt aan het waken. Ik loop wel vaker even binnen. Omdat dat fijn is en ook gewoon omdat het nu nog kan. Het is inmiddels duidelijk geworden dat pap aan zijn laatste loodjes bezig is. Ogenschijnlijk zijn het geen zware laatste loodjes. Het kaarsje is heel langzaam, heel vredig aan het doven. De arts wil of durft er geen uitspraak over te doen, maar een verpleegkundige had het vanavond over een week. Ik hoop dat de goede week ook een goede week wordt. Vanmiddag is hij bediend. Zijn enige reactie was dat hij ‘amen’ mompelde na het bidden van het Onzevader. Dat zit er voor altijd ingebakken. Na afloop werd hij nog gefeliciteerd ook, met het Sacrament van het Heilig Oliesel. Zijn laatste Sacrament. De stempelkaart is vol. De medaille zal worden uitgereikt door de Heilige Petrus.
